Vondst van 59.000 jaar oude behandelde tand
Sommige kwalen zijn van alle tijden, dat bewijst de vondst van een bijna zestigduizend jaar oude tand in een Russische grot. De tand werd gevonden in de Chagyrskaya-grot in het zuidwesten van Siberië. In de grot werden tientallen tanden gevonden maar één exemplaar viel op omwille van een diepe opening die tot aan de pulpaholte reikte. Sterker nog, er werden krassen rond de opening vastgesteld wat aantoont dat er gewerkt werd aan de tand.
Nadat de tand werd gescand werd duidelijk dat de holte door iemand werd uitgeboord en dit dus meteen de vroegst gekende tandheelkundige ingreep in de menselijke geschiedenis bleek te zijn. Dit toont ook aan dat Neanderthalers een infectie konden herkennen en hiervoor de nodige werktuigen konden maken om de pijn te verlichten. Slijtagepatronen op de tand tonen ook aan dat het individu de tand na de ingreep kon blijven gebruiken.
Onderzoekers proberen al lang vast te stellen of vroege mensen zoals Neanderthalers in staat waren doelbewuste medische strategieën toe te passen. Krassen op Neanderthalertanden werden eerder al vastgesteld, wat erop wijst dat ze tandenstokers gebruikten om voedsel te verwijderen of zelfs op geneeskrachtige planten kauwden. Maar holtes waren een zeldzaam probleem voor Neanderthalers omwille van hun rijker oraal microbioom en koolhydraatarm dieet.
De scans onthulden microsporen van boor- en rotatiebewegingen die werden gemaakt door een klein, puntig werktuig dat de holte met succes had verwijderd. Het blootleggen van de tandpulp en het schoonmaken van de inhoud van de holte zou ook de zenuwen en bloedvaten daar hebben gedood, wat tot pijnverlichting leidde. In de grot werden ook fijne instrumenten gevonden, gemaakt van jaspis, die qua profiel met de ingrepen op de tanden leken overeen te komen.

Evolutie van gezondheidszorg
De onderzoekers hebben ook een theorie over hoe het tandheelkundige scenario zich mogelijk heeft afgespeeld. Het individu met het gat zou hevige pijn hebben ervaren en mogelijk niet in staat geweest zijn om goed te kauwen, wat tot ondervoeding of een diepere infectie van het kaakbot had kunnen leiden. Een ander lid van het kamp, mogelijk iemand die de in de grot gevonden werktuigen vervaardigde, boorde in de tand.
"Deze ontdekking vormt een echte mijlpaal voor zowel de antropologie als de evolutionaire tandheelkunde, omdat ze de cruciale overgang documenteert van instinctieve zelfmedicatie, die we ook bij niet-menselijke primaten waarnemen, naar een werkelijk intentionele en doelbewuste medische strategie," schrijft dr. Gregorio Oxilia, hoofddocent menselijke anatomie aan de LUM Universiteit Giuseppe Degennaro in Italië. Oxilia was niet betrokken bij dit onderzoek, maar bestudeerde eerder schraptechnieken die werden gebruikt om carieuze laesies te behandelen bij een Homo sapiens-individu van ongeveer 14.000 jaar geleden.
"Dit suggereert dat de wortels van invasieve geneeskunde en chirurgie niet uitsluitend toebehoren aan de Homo sapiens, maar deel uitmaken van een bredere erfenis die wordt gedeeld met onze naaste verwanten," zei Oxilia. "In die zin verschuift Chagyrskaya 64 het vroegste bewijs van interventionele tandheelkundige zorg tienduizenden jaren terug, en plaatst het binnen een context van klinisch bewustzijn en technologische vindingrijkheid die ons begrip van de evolutie van de menselijke gezondheidszorg fundamenteel hervormt."
©PLOS One
Bron: https://edition.cnn.com/2026/05/13/science/neanderthal-dentistry-stone-drill / https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0347662